Anne-France, Anesthesiemedewerker/ docent,
Als anesthesiemedewerker ben je een spin in het web, vindt Anne-France. Je houdt met geavanceerde techniek het hele lichaam van de patiënt in de gaten, zodat je hem optimaal door de operatie kunt loodsen
Anne-France werkt nu ruim 7 jaar als anesthesiemedewerker op de OK. “Ik deed de opleiding voor verpleegkundige, maar dat was uiteindelijk niet echt wat ik wilde. Na een dag meelopen bij de anesthesie was ik verkocht. Het mooie is dat je de patiënt van a tot z begeleidt. Je haalt hem op, hebt contact en merkt dat hij zich in feite letterlijk aan je over geeft wanneer je hem onder anesthesie (narcose) brengt. Tijdens de operatie sta je hem bij en registreert vrijwel alles wat zich in het lichaam afspeelt: bloeddruk, hartslag, zuurstofgehalte. Ondertussen let je op waar de chirurg mee bezig is, zodat je meteen kunt anticiperen. In feite voer je een continue risicoanalyse uit: het gaat erom dat je op het juiste tijdstip de juiste handeling uitvoert. Het mooie van dit vak vind ik de combinatie van het medische en het technische, het contact met verschillende soorten patiënten en dat je zelfstandig werkt binnen een team.”
Annemiek, senior anesthesiemedewerker
“Als senior leg ik me niet alleen toe op de anesthesie maar op het totale operatiecentrum”, vertelt Annemiek, senior anesthesiemedewerker bij het operatiecentrum WKZ krijgt naast haar anesthesiewerkzaamheden de tijd en de mogelijkheid om overkoepelende processen te verbeteren. “Dat betekent meer diepgang en meer samenwerking met andere disciplines. Leuk!”
Inlevingsvermogen Om te kunnen werken met kinderen heb je veel inlevingsvermogen nodig. Kinderen hebben geen masker. De een vindt de OK heel interessant, de ander schreeuwt van angst of huilt. Sommige kinderen zien we regelmatig terug. Leukemiepatiëntjes die een beenmergpunctie krijgen of kinderen met een aangeboren hartafwijking. Ik help deze kinderen zo prettig mogelijk door de operatie heen.
Bewustzijn creëren De functie van senior-anesthesiemedewerker is echt iets voor mij. Ik zat al in de commissie zorgveiligheid van onze divisie. Die bestaat een jaar en is er om kennis over patiëntveiligheid te verzamelen en te delen met alle medewerkers. De commissie probeert nu een boek in de divisie te introduceren waar de gedragsregels voor de OK in beschreven staan. Nu weten we allemaal wel wat de regels zijn, maar die zijn nog niet eenduidig vastgelegd. Zoals het consequent sluiten van de deursluizen voor infectiepreventie en het altijd dragen van OK-kleding, een mutsje en mondkapje op de OK. Als senior ga ik patiëntveiligheid onder de aandacht brengen van de OK-medewerkers. Door het organiseren van klinische lessen en de MIP’s (Meldingen Incidenten Patiëntenzorg) gezamenlijk te bespreken. Ik ga me er eerst maar eens hard voor maken dat medewerkers zich bewuster zijn van het belang van veiligheid van de patiënt.
Tanja (1986), anesthesiemedewerker WKZ,
Wonen en werken
Dit werk is zelfstandiger dan ik dacht en de verantwoordelijkheid is groot: iemand leven ligt echt in jouw handen. Ik wilde in een grote stad wonen en werken. Dat kon via een opleidingsplek in het UMC Utrecht. Ik verwachtte dat een academisch ziekenhuis allerlei soorten patiënten heeft en daardoor veel kansen biedt. Dat is ook zo gebleken. Ik koos voor het WKZ vanwege de kleinere OK-afdeling met verschillende patiënten en technieken.
Van baby’s tot pubers Ik werk veel met kinderen. Dat is heel leuk en afwisselend, maar het zijn geen ‘gewone’ patiënten. Soms breng ik een baby van 3 kilo onder anesthesie. Zo’n kleintje heeft veel speciale zorg nodig. Dan help je weer een peuter al spelend in slaap, of een puber die nergens voor open staat. Elk kind vraagt om een aparte benadering.
Niet voor iedereen Dit is zwaar en dankbaar werk tegelijk. Je ziet kinderen met leukemie, of patiëntjes die een moeizaam ziekenhuisbestaan tegemoet gaan. Daar moet je tegen kunnen. Ook vereist de kinderanesthesie veel rekenwerk en precisie. Ik hou daar wel van, want ik werk graag netjes.
Ontspannen werksfeer Mijn werk is heel zelfstandig en ik neem belangrijke beslissingen. Tegelijkertijd maak je deel uit van een specialistisch team met sterke banden. Je werkt hier de hele dag samen, dus je moet goed in het team passen. Communicatie is heel belangrijk. De werksfeer is doorgaans ontspannen. Er staat een muziekje op en er wordt veel gelachen. Maar zodra het nodig is, staat iedereen meteen op scherp.
Trots Werken met mensen voor wie het eind in zicht is, vond ik een shock. Maar ik heb doorgezet en ben op mijn éénentwintigste medewerker kinderanesthesie. Daar ben ik trots op. Zeker als ik complimenten krijg van een arts of anesthesioloog. Dat betekent dat het opvalt dat ik me ontwikkel. Nu doe ik vooral ervaring op. Ik wil graag verder met kinderanesthesie. Binnenkort word ik ingewerkt in de cardio-anesthesie. Een lastige specialisatie waarvoor ik weer in de boeken moet, maar wel ontzettend boeiend.
Suzanne (1979)
AGIKO (assistent geneeskundige in opleiding tot klinisch onderzoeker) anesthesiologie
Van bijbaantjes tot co-schappen
Tijdens mijn studie Geneeskunde was ik al goed bekend met het UMC Utrecht. Via allerlei bijbaantjes en later door mijn co-schappen. Sinds eind 2005 werk ik hier als AGIKO anesthesiologie. Tijdens mijn co-schappen kwam ik al zijdelings in aanraking met het vak en was meteen geïnteresseerd. Hoe het menselijk lichaam reageert op ziektes en farmaca vind ik fascinerend. Het is een heel dynamisch beroep, omdat je permanent bezig bent met acute zorg. En het vak is heel breed. De chirurgen opereren mensen met de meest uiteenlopende aandoeningen.
Supervisie narcose geven Ik ben eerstejaars assistent in opleiding tot anesthesioloog. Ik geef - onder supervisie - narcose en behandel postoperatieve pijn, vang trauma’s op op de SEH en voer reanimaties uit. Mijn dag begint al om half acht met het controleren van de operatiekamer. Tot vier uur ben ik dan bezig met anesthesie.
Combinatie patiëntenzorg - onderwijs Ik volg een middag en maximaal twee avonden per week onderwijs. Elk jaar mag ik naar de twee anesthesiologendagen, een wetenschapsdag, een ATLS cursus en de nodige congressen. Voor mij is dit een perfecte combinatie tussen patiëntenzorg en wetenschap. Ik geef ook les aan geneeskundestudenten en doe een promotietraject dat ik in 2009 wil afronden. In 2013 ben ik pas klaar met mijn opleiding tot anesthesioloog. Er valt hier voor mij dus nog meer dan genoeg te leren.
Prof. Hans Knape (1950), hoogleraar Anesthesiologie
Zorg, onderwijs en Europa
Na mijn studie Geneeskunde aan de UvA promoveerde ik aan de Faculteit Wis- en natuurwetenschappen, ook in Amsterdam. Daarna werkte ik als anesthesioloog in verschillende ziekenhuizen. Sinds 1992 werk ik in het UMC Utrecht, in deze functie. In de loop der jaren ben ik mij steeds meer gaan richten op onderwijs, opleidingen, ontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek. Toch ben ik nog altijd voor 40% klinisch werkzaam in de perioperatieve zorg, spoedeisende geneeskunde, pijngeneeskunde en reanimatie. Verder richt ik mij op Europese aspecten van mijn werk als president van overkoepelende Europese organisaties.
Open en menselijk Samenwerken geeft mij veel meer voldoening dan solistisch werk. Geen enkele medische prestatie van enig niveau wordt immers door solisten voortgebracht. Het is allemaal teamwerk, de juiste mix van individuele kwaliteiten en ambities en goede onderlinge communicatie.
Gevoel van vertrouwen Hoewel de contacten met patiënten vaak niet zo lang duren, probeer ik ze altijd de indruk te geven dat ze bijzonder zijn. Dat geeft een gevoel van vertrouwen. En als er klachten zijn, vind ik het heel belangrijk om patiënten zo open en menselijk mogelijk te benaderen. Door persoonlijke aandacht te geven voelen ze zich serieus genomen.
UMC Utrecht op de (inter)nationale kaart zetten Kennisontwikkeling is ontzettend belangrijk in een ziekenhuis als het onze. Vragen vanuit de zorg koppelen we direct aan onze research- en onderwijsfunctie. We steken veel energie in het vergroten van vaardigheden, kennis en professionaliteit van zowel onze medische stafleden en aios. Ook zelf ben ik hier gegroeid. Om in het verleden, goed leiding te kunnen geven aan een afdeling met zo’n 100 artsen, heb ik een managementcursus in de Verenigde Staten gevolgd. Dat was buitengewoon leerzaam. Gelukkig zijn we in staat excellente medewerkers aan te trekken. De uitvoering van het werk vind ik veelal voortreffelijk, vaak nog beter dan ikzelf deed! Zo komen we via onderwijs, onderzoek en onze zorg steeds prominenter als topziekenhuis op de kaart te staan. En niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten.