Beleidsmedewerker Lieneke en verpleegkundig stafmedewerker Tanneke werken aan een omgeving waar collega’s zich gesteund voelen na incidenten met agressie door patiënten en naasten. “Medewerkers vroegen om handvatten om sterker te staan in lastige situaties", vertelt Tanneke. “Samen zorgen we voor trainingen en praktische tools die hierop aansluiten. Maar er is meer nodig dan dat; we moeten onze systemen niet enkel reactief inrichten, maar juist preventief.”
“Patiënten zijn mondiger en de zorg wordt complexer”, legt Lieneke uit. “Dat kan leiden tot spanningen, meer klachten en een gevoel van onveiligheid. Door duidelijke gedragsnormen te hanteren en preventief te werken, ontstaat er een cultuur waarin collega’s en patiënten zich veiliger voelen.”
De gesprekken in het ziekenhuis varieerden van klachten tot MAP-meldingen (Melding Agressie en ongewenst gedrag Patiëntenzorg). “Collega’s gaven aan: we willen niet alleen achteraf praten over een incident, maar ook leren hoe we spanning eerder kunnen herkennen en voorkomen", legt Tanneke uit. “Zo dragen we bij aan micro-verbeteringen die de zorg veiliger maken.” Lieneke vult aan: “Het gaat om meer dan reageren. Preventie en duidelijke afspraken zijn net zo belangrijk. Hoe spreek je elkaar aan? Hoe voer je een lastig gesprek? Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak.”

Tools en trainingen

Om medewerkers te ondersteunen, zijn de eerste trainers al in huis opgeleid. “We zijn gestart bij de afdeling neurologie en de volgende trainingen komen er al aan", vertelt Tanneke. “Zij krijgen de tools om hun collega’s te trainen in omgaan met spanningsvolle situaties, maar worden naast trainer ook eigenaar.”
Lieneke: “Zo leren we deze eigenaren hoe ze MAP-meldingen kunnen analyseren. Het gaat niet alleen om het invullen, maar vooral om de vraag: wat doen we daarna? Zo inspireren we elkaar met praktische oplossingen en werken we toe naar één gezamenlijke taal in het hele ziekenhuis.”

Juiste moment

Het project had tijd nodig om echt van de grond te komen. “We moesten soms geduld hebben en het juiste moment afwachten", zegt Lieneke. “De landelijke campagne van Nu ’91, waarbij een minuut stilte werd gehouden voor een verpleegkundige die door agressie om het leven kwam, gaf ons extra motivatie. We wisten: hier moeten wij in ons ziekenhuis ook iets mee doen.”
Tanneke benadrukt de kracht van samenwerking: “Door de juiste netwerken op te zoeken, het gesprek te voeren met stakeholders en elkaar te steunen, kregen we steeds meer draagvlak. Soms moet je durven vertragen, soms juist versnellen. Dat vraagt organisatiesensitiviteit én lef.”
Lieneke: “Wat enorm hielp, was de financiële steun van de directie waardoor er tijd vrijkwam om dit project goed neer te zetten. Ook de steungroep werkte als vliegwiel.” Tanneke: “En vooral: geloof in je eigen verhaal. Groei zit vaak in dingen die spannend zijn. De steun van elkaar maakte dat we dat ook durfden.”

Vertrouwen en kracht

Tanneke tot slot: “Wat mij raakt, is dat je ziet hoeveel energie er vrijkomt doordat we dit samen doen. En dat samen is niet alleen Lieneke en ikzelf, maar ook samen met het Klachtenbureau, Peer Support, Veilige Zorg en Dit Zijn Wij. Er is een olievlek in het ziekenhuis aan het ontstaan. Dat geeft vertrouwen en kracht.”

Meer weten?

Wil je meer weten over jouw mogelijkheden binnen het UMC Utrecht en het Wilhelmina Kinderziekenhuis? Neem gerust contact op!

088 75 589 85Stuur een WhatsApp bericht

Mis nooit meer een vacature!

Schrijf je in voor de job alert